Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte door middel van onze nieuwsbrief.

Blijf op de hoogte

Proefschrift “INTEGRATED BIRTH CARE: A TRIPLE AIM Quality of birth centre care in the Netherlands” verstuurd

Blog Inge Boesveld, onderzoeker Jan van Es Instituut september 2017

Het is zover: mijn proefschrift over kwaliteit en organisatie van zorg in geboortecentra in Nederland is de deur uit! Op 3 oktober a.s. zal ik het verdedigen en dan is dit hele meerjarenproject afgerond. Voorafgaand hieraan organiseren we, als Jan van Es Instituut, nog samen met het UMCU het symposium Waardegedreven Geboortezorg.  Het programma staat, de laatste voorbereidingen worden getroffen en er hebben zich al heel veel mensen aangemeld. Ik zie uit naar deze dag!

In het proefschrift beschrijf ik onder andere dat we met de data van het Geboortecentrum Onderzoek de theorie achter de Triple Aim hebben geëxploreerd. Triple Aim staat voor het gelijktijdig realiseren van drie doestellingen: verbeteren van ervaren kwaliteit van zorg, verbeteren van gezondheid van een populatie en verlaging van kosten per hoofd van de bevolking. Dit is anders dan het nu geldende paradigma binnen de gezondheidszorg, waarin deze drie doelstellingen vaak afzonderlijk van elkaar worden nagestreefd en gemonitord. Momenteel wordt veelal kosteneffectiviteit nagestreefd in de gezondheidszorg. De denkwijze bij Triple Aim is dat door het verbeteren van de ervaren kwaliteit van zorg de andere doelstellingen ook gerealiseerd zullen worden.

Meer integratie van zorg zou de Triple Aim positief moeten kunnen beïnvloeden. Aan de hand van de uitkomsten van het Geboortecentrum Onderzoek vonden we dat de Triple Aim componenten inderdaad aan elkaar gecorreleerd zijn – betere cliëntenervaringen leiden tot betere perinatale uitkomsten en lagere kosten. Echter, we konden de relatie tussen integratie en de Triple Aim niet vaststellen. In het proefschrift geef ik aan dat dit mogelijk komt doordat we alleen gekeken hebben naar een laagrisico populatie die van plan was om in een geboortecentrum te bevallen.

Binnen de chronische zorg zijn effecten van integrale zorg met name aangetoond bij patiënten met multimorbiditeit. Het is denkbaar dat integrale geboortezorg wel betere kwaliteit van zorg zou kunnen leveren voor kwetsbare zwangeren, met problematiek op niet alleen het medische en verloskundige gebied, maar ook op sociale en psychische domein. Bij de herinrichting van de geboortezorg in Nederland zou hier meer op gefocust moeten worden: voor welke populatie zwangeren is integrale geboortezorg noodzakelijk?

Ik werd in deze gedachte gesterkt door een contact dat ik vorige week had met een verloskundige. Zij gaf aan dat zij binnen hun praktijk te maken hebben met een groot aandeel ‘veel gebruikers’: zwangeren die (veel) meer dan het ‘routine-prenatale-zorg’ op consult komen en daarnaast ook heel vaak bellen met vragen of problemen. Deze groep zwangeren legt een grote druk op de praktijk. Ik kan me voorstellen dat je een dergelijke groep zwangeren veel beter kunt ondersteunen door met andere sectoren samen te werken. Je hoeft het als verloskundige niet allemaal in je eentje op te lossen: samenwerking zal de druk op de verloskundigen kunnen verminderen en vermoedelijk ook de ervaren kwaliteit van zorg kunnen verhogen doordat de zorg meer op het individu afgestemd zal kunnen worden (dat volgens de Triple Aim dus ook leidt tot betere perinatale uitkomsten en verlaging van kosten!). Daarvoor is het wel noodzakelijk dat je deze zwangeren kunt identificeren, zodat je tijdig de juiste ondersteuning hulp kunt inschakelen.

Ik heb het idee dat de discussie over integrale geboortezorg nu veel te veel gaat over de organisatievorm, terwijl het volgens mij zou moeten gaan over voor welke populatie welke vorm van integratie ingericht zou moeten worden. Ook hierin kwam ik afgelopen week een voorbeeld tegen. Een VSV is het onderdeel ‘casemanagement’ uit het Stuurgroep rapport aan het inrichten. Hiervoor zijn met elkaar afspraken gemaakt hoe dit vorm te geven en ik monitor hun implementatie ervan. Een verloskundige vertelde mij dat het binnen hun groepspraktijk wel lastig in te plannen was: de casemanager moet ‘haar’ zwangere op gezette tijden zien en dat was praktisch niet te organiseren. Ik merkte dat de ‘visie’ achter casemanagement niet goed voor ogen gehouden werd. De verloskundige ervaarde de verandering van werkwijze eigenlijk als min of meer ‘opgelegd’. Dit belemmert de implementatie ervan.

Ook hier kon ik weer de verbinding met mijn bevindingen in het proefschrift leggen. Casemanagement is volgens mij bedoeld om ervoor te zorgen dat zwangeren die dit nodig hebben betere continuïteit van zorg kunnen ervaren: dat er iemand is die het ‘geheel’ van zorg in de gaten houdt, juist als er ‘complexere’ zorg nodig is; dat er iemand is bij wie zij altijd terecht kan als ze ergens mee zit. Door versnippering van zorg (bijvoorbeeld door grote groepspraktijken) is dit wellicht meer dan eens uit het oog verloren Als je dit voor ogen hebt, is het volgens mij veel gemakkelijker om je praktijk zó in te richten dat je casemanagement kunt realiseren. En ik denk dat je daar dan helemaal niet zoveel voor hoeft aan te passen. Integrale geboortezorg is een middel, geen doel.

Mijn proefschrift is te downloaden via de website van het Jan van Es Instituut.

Momenteel ontwikkelen vanuit het Jan van Es Instituut een eenvoudig toegankelijke ‘online’ scholing over dit onderwerp. Binnenkort hierover meer….

Top
Het Jan van Es Instituut wordt financieel ondersteund door het Investeringsprogramma Flevoland Almere