Blijf op de hoogte door middel van onze nieuwsbrief.
Tegenwoordige komt in Nederland 96% van de patiënten als eerste bij de huisarts. Dit is grotendeels te danken aan één man: Jan van Es.
Prof. dr. Jan van Es stond aan de wieg van de huisartsopleiding en was de eerste hoogleraar huisartsgeneeskunde in ons land en heeft de grondlegging gedaan voor “evidence based” eerstelijnsgezondheidszorg en professionele educatie.
Carrière
In 1949 begon hij als huisarts in Apeldoorn en raakte met vallen en opstaan vertrouwd met wat van hem als huisarts werd verwacht en wat hij op beroepsmatige gronden moest doen. Na zeven jaar krijgt hij het onbehaaglijke gevoel dat hij maar aan het voortzwoegen was. Hij miste ook een uitdaging. Als scheepsarts maakt hij vervolgens twee reizen naar Indonesië. Daarna promoveert hij in 1959 op het onderwerp gezinnen met zwakzinnige kinderen.
In 1956 ontstond het idee voor de oprichting van het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG), een initiatief waar Van Es zich direct bij aansloot. Belangrijkste doel was het bevorderen van de wetenschappelijke uitoefening van de geneeskunde door huisartsen. Het NHG organiseerde in 1959 een belangrijke conferentie in Woudschoten, waar de deelnemers de kenmerken van de huisartsgeneeskunde definiëerden. Deze Woudschoter thesen zouden de kern gaan vormen van de identiteit van de huisarts, die continue, integrale en persoonlijke zorg biedt aan patiënten.
Huisartsopleiding
Jan van Es was overtuigd van het belang van samenwerking tussen verschillende disciplines in de eerste lijn. Intussen raakt hij ook steeds meer overtuigd van de ondersteunende organisatie voor huisartsen die naast hun praktijk ook training en onderzoek willen doen. Bovendien ontwikkelt Jan van Es een plan voor een Nederlands instituut voor onderzoek in de gezondheidszorg, het huidige NIVEL. Als directeur van dit instituut begon Van Es met het maken van een plan voor een huisartsopleiding aan de Universiteit Utrecht, wat leidde tot de bekleding van de eerste Nederlandse universitaire stoel voor huisartsgeneeskunde in 1966.
Internationaal
Ook internationaal is Van Es actief. Hij is als een van de weinige buitenlanders een “Honorary Fellow” van de Royal College of General Practicioners in Engeland. En tijdens een conferentie in 1972 in Leeuwenhorst is een Europese studiegroep gevormd door vertegenwoordigers uit 11 Europese landen, die een Europese definitie gaven van de rol van de huisarts in de gezondheidszorg. Deze definitie werd wijdverspreid gebruikt als basis nascholingsprogramma’s voor pas afgestudeerden.
Tot na zijn pensionering heeft hij zich tot op hoge leeftijd ingezet voor de opbouw van de eerste lijn in Oost Europa, waaronder Polen, Hongarije en Roemenië.
Daarnaast heeft hij zich ingezet voor Medisch Contact, is verbonden geweest aan de Vrije Universiteit van Amsterdam en heeft vanaf 1984 voor het Ministerie van Onderwijs en Wetenschap zich hard gemaakt voor het wetenschappelijk onderzoek door huisartsen.
Prof. dr. Jan van Es sterft op 28 Juni 2008 op 86-jarige leeftijd. Nu twee jaar later is het Jan van Es Instituut opgericht om zijn werk voort te zetten.
Randstad 2145-a
1314 BG Almere
036 7670360
info@jvei.nl