Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte door middel van onze nieuwsbrief.

Oeps! We konden je formulier niet vinden.

Blijf op de hoogte

Laatste blog Inge Boesveld: afscheid van Jan van Es Instituut

Door:

31 mei 2018

Geen reacties

Dit wordt mijn laatste blog als onderzoeker bij het Jan van Es Instituut. Ik heb 8 jaar met heel veel plezier en enthousiasme bij het Kenniscentrum voor geïntegreerde eerstelijnszorg gewerkt. Ik heb ontzettend veel geleerd en me met verschillende onderwerpen beziggehouden.

De blogs van de afgelopen jaren teruglezend herken ik de ontwikkeling binnen de activiteiten van het JVEI. Allereerst de zoektocht naar hoe de kwaliteit van geïntegreerde eerstelijnszorg zichtbaar gemaakt kan worden: een eerste voorzichtig theoretisch model, waarbij we geïntegreerde eerstelijnszorg definieerden als: “het door de burger ervaren vloeiend proces van hulp en zorg, verleend door verschillende disciplines in de eerste lijn”. De mens als geheel centraal, in plaats de organisatie rondom een ziekte (integrale zorg). Vervolgens de ontwikkeling van indicatoren om geïntegreerde zorg te kunnen ‘meten’. Daarna een nog verfijnder model, het Regenboogmodel voor Geïntegreerde zorg, waarbij verschillende dimensies van integratie geïdentificeerd konden worden: zowel op het klinisch, professioneel, organisatorisch, functioneel, systeem en normatief niveau zullen activiteiten ontplooid moeten worden om geïntegreerde zorg te kunnen leveren, zowel op het niveau van het individu als op de populatie. De vertaling ervan naar indicatoren, ook voor de geboortezorg, met vragenlijsten voor zowel het bepalen van de mate van integratie binnen en met geboortecentra en binnen VSV’s (nu nog gebruikt binnen de VSV-spiegel van de Taskforce CPZ). Aan de hand hiervan kunnen samenwerkingsverbanden met elkaar bepalen hoe ze verder willen ontwikkelen om integrale zorg te kunnen leveren.

Steeds meer geïntegreerde samenwerkingsverbanden binnen de eerste lijn ontwikkelen zich door naar populatiegerichte samenwerkingsverbanden: geïntegreerde zorg gericht op een totale populatie, niet alleen op ‘zieke’ patiënten. Dit vraagt om integratie van zorgorganisaties met het publieke domein, o.a. gemeentes. Voordeel hiervan is dat ook meer ingezet kan worden op preventie om problemen te voorkomen. Momenteel zijn mijn collega’s bezig met het toepassen van een model in Nederland om risicogroepen binnen een populatie te kunnen identificeren, om vervolgens op groepen binnen een populatie gericht preventieve activiteiten te ontwikkelen (risicostratificatie). Dit alles voortkomend vanuit de visie van de Triple Aim: om de zorg betaalbaar en houdbaar te houden is het noodzakelijk om tegelijkertijd drie doelen na te streven bij zorgvernieuwingen: 1) verbeteren van ervaren kwaliteit van zorg; 2) verbeteren van de gezondheid van een gedefinieerde populatie en 3) verlagen van de kosten per hoofd van de bevolking.
Ook binnen de geboortezorg is dit proces gaande. In steeds meer regio’s wordt bij de risicoselectie niet meer uitsluitend naar medische risico’s gekeken, maar worden ook sociale en psychische factoren meegenomen. Afhankelijk van de populatie binnen een VSV wordt steeds meer samenwerking met het publieke domein gezocht. Een volgende stap is om te bepalen welke mate van integratie er voor welke populatie zwangeren wenselijk is om optimale zorg voor iedere individuele zwangere en haar partner en hun (toekomstige) kind te kunnen realiseren.
Ik heb kunnen constateren dat geïntegreerde (geboorte) zorg daadwerkelijk het door de burger ervaren vloeiend proces van zorg kan verbeteren. In twee VSV’s waar ik de implementatie van (onderdelen van) integrale geboortezorg heb mogen monitoren en evalueren, ervaarden de zwangeren meer “persoonsgerichte zorg’ na invoering van de integrale geboortezorg: zorg was meer afgestemd op hun behoeften en zij ervaarden meer dat de zorg rondom hen georganiseerd is.

Persoonlijke ervaringen de afgelopen jaren van zowel mijn partner als mij zelf hebben me geleerd dat er nog veel moet gebeuren voor persoonsgerichte zorg ‘normaal’ is. Recentelijk nog: met een dubbele bekkenbreuk een uur lang op harde wachtkamer stoelen moeten zitten, omdat het spreekuur uitloopt, zonder dat er iemand vraagt of dat wel gaat. Of, als ik tijdens het consult aangeef ook nog andere klachten te hebben als gevolg van het ongeluk, de specialist die zegt; “dan moet u terug naar de huisarts, want ik behandel alleen de bekkenbreuk”. Ik heb er vertrouwen in dat dit toch ooit uitzonderingen zijn, juist ook voor de houdbaarheid van ons gezondheidszorgsysteem. De Triple Aim gedachte leert ons dat als je hierop inzet, de gezondheidsuitkomsten zullen verbeteren en uiteindelijk de kosten per hoofd van de bevolking zullen dalen. Daar is de BV Nederland blij mee. Laten we hier daarom met z’n allen voor gaan!

Ik ga nu eerst minimaal een half jaar uitrusten en goed herstellen van het verkeersongeluk van eind januari van dit jaar. Daarna zie ik welke uitdagingen er op mijn pad zullen komen.

Tot ziens!

Inge Boesveld
31 mei 2018

Er zijn nog geen reacties geplaatst.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Top
Het Jan van Es Instituut wordt financieel ondersteund door het Investeringsprogramma Flevoland Almere