Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte door middel van onze nieuwsbrief.

Blijf op de hoogte

Wie pakt de handschoen op?

Door: Marc Bruijnzeels

31 juli 2017

4 reacties

In de laatste weken voor de vakantie word ik telkens weer verrast door de nieuwsberichten en de discussies die ik voer. Of het nu het toegenomen aantal klachten van cliënten over de bereikbaarheid van de zorg, de overvolle SEH-s in de ziekenhuizen, de druk op de Avond-Nacht-en-Weekend dienst in de huisartsenzorg of de besteding van de €75M substitutiegeld is, het draait in mijn ogen maar om één ding. Wie pakt in de eigen regio de handschoen op?

Het lijkt duidelijk dat een belangrijke rol voor de huisartsenzorg en eerste lijn is weggelegd – en dat kan niet zonder de andere ketenpartners. De huisartsenzorg heeft van oudsher een belangrijke rol en verantwoordelijkheid gespeeld in het toekomstbestendig houden van de zorg. Echter, de toegenomen complexiteit van de zorg (mede als gevolg van de epidemiologische fase van multimorbiditeit) en de toekomstige uitdaging om met minder werkzame mensen in de zorg meer zorgvraag af te handelen, vraagt om herbezinning van de inrichting van de zorg.

Er is nu meer financiële ruimte in de huisartsenzorg beschikbaar (2,5% groei, kleinere praktijken, geld voor organisatie en infrastructuur en een substitutie-agenda). Ik denk dat het nu tijd is om in de regio de handschoen op te pakken. De vraag is dan wel: ‘Wie pakt deze handschoen op?’ Ook belangrijk: Waar richt je dan de inzet in de regio op?

Ik bespeur in veel regio’s en bij huisartspraktijken en zorggroepen een bepaalde trend. Vanuit een soort hobbyisme gaan specialisten en huisartsen met elkaar een substitutie-agenda maken of wordt op basis van een generieke wijkscan een idee gevormd. Dit leidt ongetwijfeld tot veel activiteit en aansluiting op daar waar de energie in de regio zit. Echter, ik vrees dat dit leidt tot projecten met onvoldoende potentieel tot verbetering, laat staan tot een doelmatigere inzet van de middelen die een toekomstbestendige zorg realiseert. Het uiteindelijke resultaat is dan frustratie bij de professionals en een chagrijnige zorgverzekeraar en beleidsmaker.

Ik wil een duidelijk pleidooi houden voor een systematische aanpak van de problematiek in de regio. Sluit aan bij de problemen die in de populatie leven en stap niet in de valkuil van een generieke aanpak op de hele populatie. Ouderen moeten niet met een one size fits all benadering worden aangepakt. Eerst dient er een populatiegerichte risicostratificatie te worden uitgevoerd. De voorbeelden als Kinzigtal, Manchester en Kaiser Permanente tonen aan dat met een zeer gedetailleerde data-analyse, proactief op de populatie kan worden gehandeld. Een gedragen regioplan door diverse stakeholders in de regio vormt de basis voor de activiteiten in de regio. Diverse plekken in Nederland tonen dat een goede samenwerking noodzakelijk is. Met de data en samenwerking ontstaat een basis voor de substitutie-agenda, de inzet van de praktijkverkleining en de middelen voor de organisatie en infrastructuur.

Dus mensen in de zorg (en met name in de eerste lijn) gebruik de zomermaanden ook om eens goed na te denken en je verder te laten inspireren om de handschoen op te pakken. Begin dan op basis van de huisartsgegevens met een goede risicostratificatie, samen met de partners, leidend tot een regionaal actieplan. Dat vormt een goede basis om de zorg toekomstbestendig te maken.  

Het ontwerpen van een plan voor de eigen regio staat centraal in de Zomer 3-daagse van het Jan van Es Instituut. Deze week de laatste aanmeldmogelijkheid:

http://www.jvei.nl/scholing/ontwerp-uw-eigen-regioplan/

4 reacties op Wie pakt de handschoen op?

  1. Yvonne G. van Ingen

    1 augustus 2017

    Geachte heer Bruijnzeels,

    Uw column is me uit het hart gegrepen. Graag doe ik als onafhankelijk eerstelijns ouderenarts een suggestie voor een onderwerp waar m.i. dringend behoeft is aan regionaal beleid: Advance Care Planning of ‘het tijdig bespreekbaar maken van het levenseinde’.

    Ouderen zullen u zeer dankbaar zijn. Ik organiseer lezingen en vind het verbazingwekkend hoe groot de behoefte aan kennis is en de wens om zaken vast te leggen.
    Het bespaart naasten moeilijke keuzes op acute momenten of als de patiënt zelf niet meer kan beslissen.
    Het voorkomt drukte in de diensturen op de huisartsenpost en spoedeisende hulp.
    Het werkt positief uit op de kosten in de gezondheidszorg.
    En vermindert ongetwijfeld de euthanasievraag bij ouderen op hoge leeftijd.

    Het vergt een eenduidige werkwijze vanuit regio gedragen beleid waarbij naast de ouderen zelf ook de professionals uit eerste en tweede lijn multidisciplinair geschoold dienen te worden.

  2. Jan Wuister

    2 augustus 2017

    Dag Marc,

    Een populatiegerichte risicostratificatie: prachtig, maar dat ga ik natuurlijk nooit voor elkaar krijgen als medicus practicus, ook niet na een driedaagse cursus bij jouw.
    Bedenk eens een goed plan om dat ergens in den lande uit te (laten) voeren, met behulp van echte deskundigen zodat iedereen kan zien wat dat oplevert.

  3. arstrid van heusden

    2 augustus 2017

    beste marc,

    huisartsen en eigen regie…zo zijn we groot geworden. Elke arts verantwoordelijk voor zijn eigen bedrijf. Laat die tijd alsjeblieft terugkomen en niet iedereen aan t woord laten, die denkt voor ons te moeten spreken.Als er iets is wat ik geleerd heb van een dag cursus bij jou: ik mag zelf nadenken en dan zoeken naar iemand die luistert en mij regie durft te geven. Die iemand ben ik af en toe tegen gekomen, maar na een luisterend oor haken ze af, omdat het niet fijn is te ervaren dat een huisarts zelf aan het roer wil staan. Het roer moet om is een goede beweging, als er erkend wordt dat wij huisartsen aan het roer staan, komt het goed.

  4. J. Kamphoven

    2 augustus 2017

    Beste Marc;

    In deze tijd is het naar mijn mening niet zo dat we iets moeten doen om problemen te voorkomen; de problemen zijn er al. Dus is het zaak om de medicus practicus vanuit de voeten in de klei de ruimte te bieden om tot een flexibele en slagvaardige organisatievorm te komen die toekomstbestendig is.
    Nu nog weer wachten tot de berekeningen klaar zijn klinkt wel mooi maar is mosterd na de maaltijd; eerder werken vanuit proof of principle.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Top
Het Jan van Es Instituut wordt financieel ondersteund door het Investeringsprogramma Flevoland Almere