Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte door middel van onze nieuwsbrief.

Blijf op de hoogte

Blijf niet wachten op de tsunami van zorgvraag ouderen. De eerste lijn beweegt meer dan ooit!

Door: Marc Bruijnzeels, directeur Jan van Es Instituut

27 juni 2017

3 reacties

Het was me weer een weekje wel!

Ik ben de afgelopen week weer op diverse plaatsen in het land aan de slag geweest met groepen huisartsen die met de andere zorgpartijen in de regio (ziekenhuis, specialisten, VVT e.d.) aan de slag zijn met het exploreren van de onderlinge samenwerking en inrichting van de organisatiestructuur. Of het nu gaat om

  • het samenbrengen van verschillende huisartsorganisaties,
  • maken van een regioplan ter voorbereiding op de substitutie, O&I en populatiemanagement,
  • meer innovatie op de behoeften en ontwikkelingen in de populatie,

in alle discussies ontstaat eenzelfde beeld: de technologische ontwikkelingen gaan snel, de snel ouder wordende populatie met een toenemende zorgvraag, de verwachte tekorten aan personeel en een overbelaste eerste lijn en SEH. De analyse is duidelijk: mensen blijven langer dan voorheen met complexe problematiek in de thuissituatie, de gezondheidszorg is daar nog niet op ingericht. En we krijgen nog meer complexe problematiek in de thuissituatie als gevolg van allerlei technologische ontwikkelingen. Gegeven de multimorbiditeit (meer dan 75% van mensen met één chronische aandoening heeft minimaal één andere chronische aandoening) is samenwerking en integratie van zorg meer en meer noodzakelijk.  

Mijn antwoord dit beeld is inmiddels wijdverspreid: blijf niet wachten op de tsunami van ouderen (als een konijntje die in de koplampen kijkt), maar handel proactief op het toekomstig gedrag van de populatie (meer op voorspellingen naar de toekomst toe dan op basis van reactief ziekten behandelen) zoals gebruikelijk is in diverse bedrijfstakken. Dat is de kern van populatiegerichte zorg. Verdeel de populatie op een andere wijze over de beschikbare middelen zodat we slimmer meer mensen met hetzelfde geld kunnen bedienen.

Als er meer diagnostiek en behandeling thuis kan bij een groter wordende groep, dan is het ook logisch dat we deskundigheid brengen naar de plaats waar deze het meest nodig is. Substitutie gaat wat mij betreft dan ook niet om het verschuiven van geld (€75M?), maar om verschuiven van deskundigheid zodat we met de groeiende zorgvraag meer mensen met dezelfde middelen (personeel en geld) meer gezondheid kunnen verschaffen. De verschuiving van deskundigheid speelt tussen alle echelons (oud concept?) en dat moet ook als je populatiegericht wilt werken. De complexe zorg van de derde naar de tweede lijn, de laag complexe zorg van tweede naar huis (onder verantwoordelijkheid van de eerste lijn?) en de basiszorg van de eerste lijn naar de thuissituatie (thuisarts.nl, mantelzorgers die via de app ouders met chronische aandoeningen kunnen monitoren, wandelgroepen e.d.).

Ik hoorde in deze discussie Jeroen Tas van Philips spreken over de toekomst van de specialist; die werkt straks niet meer voor één ziekenhuis, maar voor meerdere ziekenhuizen en misschien wel over de grenzen van een land heen. Een operatie begeleiden kan al heel goed online. Dus de positie van de specialist wordt verder geprofessionaliseerd op zijn vakgebied (in de thuissituatie en over de grenzen heen); de reguliere ziekenhuiszorg wordt overgenomen door lager geschoold personeel met technologische ondersteuning. De positie van de eerste lijn met daarin de huisartsgeneeskunde als spil is bij een dergelijke ontwikkeling cruciaal; wie begeleidt de mens met al zijn verschillende gezondheidsvraagstukken (dimensies van positieve gezondheid) dan? Dat staat wat mij betreft weer heel dicht bij de oorsprong en bedoeling van de huisartsgeneeskunde! Holistisch, continuïteit van zorg, levensloop etcetera: de kernwaarden van de huisartsgeneeskunde. En dan moet ook nog een deel van de zorgvraag de zorg helemaal niet bereiken, maar juist in de thuissituatie/sociale domein worden opgevangen. Als het ergens in de doorstroming niet goed loopt, dan verstopt het systeem en dan krijgen we volle SEHs, overbelaste huisartsen en veel zorg op de verkeerde plaats.

De vraag daarbij is telkens weer: hoe organiseer je dat dan met elkaar in een regio, voor die populatie, dat je de doorstroming van de zorgvraag optimaal laat lopen? We zitten allemaal een beetje vast in de huidige organisatiestructuur. Als de vaste posities een beetje gaan schuiven, dan voelt dat oncomfortabel, zeker als je al overbelast bent. We zitten in het tijdgewricht dat regionaal maatwerk gewenst is waarin de ruimte voor de professional weer gevoeld wordt. Dat vraagt om visie, lef en leiderschap. Als Jan van Es Instituut trachten we dat op allerlei manieren (advies, inspiratie, scholing en onderzoek) en plekken (binnen huisartsorganisaties en in transmurale settings) met kennis van zaken te ondersteunen.

Marc Bruijnzeels, directeur Jan van Es Instituut

3 reacties op Blijf niet wachten op de tsunami van zorgvraag ouderen. De eerste lijn beweegt meer dan ooit!

  1. Eric Veldboer, regiomanager Menzis

    27 juni 2017

    Beste Marc,
    Dank voor deze analyse. Jouw constateringen zijn wat mij betreft juist. Begrijpelijk ligt de focus in jouw bericht op de 1e lijn. Echter valt er ook veel te winnen binnen de ziekenhuizen en CHPén. Zorg aan de voordeur voor goede screening en triage met gebruik van voldoende geratrische expertise. Gelukkig wordt binnen het nieuwe kwaliteitskader spoedzorg meer aandacht aan dit belangrijke onderdeel van de transmurale keten besteed.

  2. Cock Vermolen

    27 juni 2017

    Dag Marc,
    Wonderlijk om nu te spreken van een tsunami. We weten al een paar decennia dat er een ‘grijze bevolkingsgolf’ zit aan te komen. Die vraagt idd om een andere inrichting van de zorg. Daarbij gaat het niet alleen om reallocatie van geld en deskundigheid.
    Nu eens een keer niet beginnen bij het systeem van gezondheidszorg maar bij de mensen zelf. In versterken van hun ‘eigen regie’, draagvermogen en veerkracht ligt een flink deel van de oplossing. Stichting WIJ Breda (bijvoorbeeld) is een organisatie die daaraan werkt.

  3. Gerben Welling

    28 juni 2017

    Dag Marc,
    Iedere bijdrage zoals die van jou die aanzet tot beweging is mooi en nodig. Of we het hadden kunnen weten, daar mag je over debatteren. In een onderzoek in Brabant gaven alle respondenten als grootste vraagstuk aan GEBREKKIGE KETENSAMENWERKING. Hier wordt men echt ziek van. We steken zoveel tijd in het plaatsen van patienten op de juiste plek, dit levert zoveel frustraties op dat we vast lopen.
    Dit omzetten in beweging is onze uitdaging.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Top
Het Jan van Es Instituut wordt financieel ondersteund door het Investeringsprogramma Flevoland Almere