Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte door middel van onze nieuwsbrief.

Blijf op de hoogte

Hoe innovatief zou het Jan van Es Instituut moeten zijn?

Door: Inge Boesveld, onderzoeker

14 maart 2017

6 reacties

Het Jan van Es Instituut staat bekend als een plek waar je als (geïntegreerde) organisatie innovatieve kennis kunt krijgen over onderwerpen die met geïntegreerde zorg te maken hebben. Organisaties in de voorhoede van de geïntegreerde zorg hebben behoefte aan nieuwe kennis. Zo hebben we de afgelopen jaren onderwerpen als substitutie, populatiegerichte zorg, risicostratificatie en Triple Aim  op de kaart gezet: aan de hand van o.a. white papers, artikelen, congressen, scholingen en bijeenkomsten zijn organisaties die daar behoefte aan hebben, ‘gevoed’. We leveren deze voeding op basis van ervaringen uit eigen wetenschappelijk onderzoek en (internationale) literatuur (zie o.a. whitepapers).

De afgelopen jaren hebben we als JvEI moeilijke tijden achter de rug: allerlei tegenslagen hebben ervoor gezorgd dat heel veel aandacht is gegaan naar het overeind houden van de organisatie. Dit heeft gemaakt dat er weinig ruimte was om ons bezig te houden met innovaties waar we toekomst voor zien binnen de geïntegreerde zorg. Momenteel merken we dat het aantal deelnemers aan onze scholingen wat terug aan het lopen is: waar we ze de afgelopen jaren gemakkelijk vol kregen moeten we scholingen nu af en toe afzeggen in verband met te weinig animo. Al filosoferend wat hier de oorzaak van zou kunnen zijn vroegen we ons af of we ons wellicht de afgelopen tijd, door de moeilijke periode van toen, te weinig konden richten op het opsporen van ‘vernieuwende onderwerpen’. De organisaties in de voorhoede zijn wellicht grotendeels al geschoold op de huidige onderwerpen. We zullen ons weer meer moeten richten op innovaties, zodat we weer kunnen voeden.

Persoonlijke ervaringen met geïntegreerde zorg de afgelopen maanden doen mij hier echter aan twijfelen. Ik heb ervaren dat “patiëntgerichte zorg”, een belangrijk onderdeel van geïntegreerde zorg (het klinische domein van het JvEI-Regenboogmodel), nog verre van geïmplementeerd is. Gezien onze missie “Het Jan van Es Instituut is een onafhankelijk expertisecentrum dat een brug slaat tussen wetenschap en praktijk. Het richt zich op het continu verzamelen, verrijken en verspreiden van kennis over de organisatie van de geïntegreerde eerstelijns- en wijkgerichte gezondheidszorg. Doel is het bereiken van een betere samenhang in de zorg, met het oog op het verkrijgen van betere uitkomsten voor burger, professional en samenleving denk ik nog meer dat we ons als JvEI wellicht ook weer meer op de implementatie van geïntegreerde zorg zouden moeten richten. Om mijn twijfel te illustreren deel ik graag twee persoonlijke ervaringen. Wellicht levert het nieuwe kennisvragen op, waar we ons als JvEI óók op zouden moeten richten. We horen graag uw ideeën hierover.

Ervaring 1: substitutie, patiënt centraal en samenwerking eerste- en tweede lijn

De eerste ervaring speelde zich afgelopen najaar af. In verband met langdurige hartritmestoornissen stelde mijn huisarts (in een gezondheidscentrum) voor om een holter-elektrocardiogram te maken, waarbij mijn hartslag 48 uur gemonitord zou worden. “Mooi voorbeeld van substitutie!” vond ik: diagnostiek en analyse allemaal binnen de eerste lijn! Ik blij: ik kon het apparaatje vrijwel direct meenemen, hoefde niet naar een ziekenhuis en wist binnen een paar dagen de uitslag (en dat tegen ongetwijfeld lagere kosten). Helaas waren de stoornissen dusdanig, dat verwijzing naar een cardioloog noodzakelijk was. De verwijzing in onze regio gaat via Zorgdomein: ik weer blij! “Mooi voorbeeld van samenwerking eerste- en tweede lijn!” dacht ik op weg naar huis. De werkwijze in de tweede lijn zag er veelbelovend uit: op één ochtend zowel diagnostiek als afsluitend gesprek bij de cardioloog. “Mooi voorbeeld van patiëntgerichte zorg!” dacht ik.

Per brief zou een uitnodiging voor een afspraak opgestuurd worden. “Hoezo, patiëntgerichte zorg?” mompelde ik al wachtend op de post: er gingen vier dagen overheen voordat ik de uitnodiging kreeg. De afspraak bleek ruim 3 weken later: eerst 48 uur een “Holter-ECG”, daarna op een ochtend de rest. Dat stelde me dan weer teleur: “Hoezo substitutie?” dacht ik “als dan toch blijkt dat de diagnostiek weer opnieuw verricht wordt? Zijn hierover geen afspraken gemaakt tussen eerste- en tweede lijn? Hoe werkt substitutie als het zonder overleg wordt ingericht?” Maar goed, kosten bewust als ik ben geef ik bij de poli aan dat dit onderzoek al verricht is en dus niet nodig en dat hierdoor wellicht de afspraak vervroegd zou kunnen worden. Verbaasd dat het holter-onderzoek al gedaan was gaf de assistente aan dit niet lukt. De diagnostiek zou wel lukken maar er waren geen artsen aanwezig om me te onderzoeken voorafgaand aan de fysieke testen, zodat alles op één dag zou kunnen plaatsvinden. “Maar ik hoef niet persé alles op één ochtend te doorlopen, ik wil ook best een paar keer heen en weer gaan hoor” gaf ik aan. “O, maar dan heb ik wel een plekje op korte termijn, maar dan wel in een ander ziekenhuis, namelijk één van de fusiepartners. Is dat een probleem?” antwoordde de assistente. “Hoezo patiëntgerichte zorg?” verzuchtte ik bij het neerleggen van de telefoon.

Tijdens het afsluitende gesprek gaf de cardioloog aan de uitslag van het holter-onderzoek niet te kunnen beoordelen. Het systeem in Zorgdomein maakt het niet mogelijk om het oorspronkelijke onderzoek uit te kunnen lezen: hij moest vertrouwen op de beschrijving die de ‘aflezer’ van het kastje in de eerste lijn heeft opgesteld. Aan zijn blik las ik af dat hij het maar niets vond. “Hoezo goede samenwerking tussen eerste- en tweede lijn als men mijn dossier niet in kan zien?” verzuchtte ik op weg naar huis.

Ervaring 2: patiëntgerichte zorg

Een andere ervaring speelt momenteel nog steeds: in verband met sinds half november onduidelijke neurologische klachten werd mijn man eind vorig jaar verwezen naar een neuroloog. Routinematig werd bloedonderzoek (o.a. naar infectieziekten) en een MRI afgesproken. De aanvraag voor ‘borrelia onderzoek’ deed bij ons een lichtje branden. Plekje op het hoofd, rode kring geconstateerd door de kapper, steeds meer optredende vermoeidheid: de meest waarschijnlijke diagnose zou de ziekte van Lyme moeten zijn. Direct deze constatering telefonisch met de neuroloog besproken, waarop deze specifieker onderzoek inzette. De uitslag van het onderzoek zou met een week bekend zijn, maar, in verband met vakantie en een drukke agenda van de neuroloog, zou dit pas bijna drie weken later (telefonisch) plaatsvinden. “Hoezo patiëntgerichte zorg?” zeiden we tegen elkaar na het maken van de afspraak: juist bij een verdenking van de ziekte van Lyme telt elke dag om te voorkomen dat de ziekte chronisch wordt (en moeilijker te behandelen).

Er werden antistoffen tegen de bacterie gevonden, wat wijst op een (doorgemaakte) infectie. Omdat de klachten niet ernstig waren adviseerde de neuroloog de uitslag van de MRI (twee weken later) af te wachten. “Hoezo patiëntgerichte zorg?” zei ik tegen mijn man toen hij de telefoon neerlegde: “weer drie weken verder voor je de uitslag van de MRI ontvangt en mogelijk kunt starten met een behandeling”. De volgende dag kreeg hij de griep, zo leek het. Omdat er antistoffen tegen Lyme gevonden waren vroegen we toch maar na een paar dagen advies aan de huisarts. Op basis van de bevindingen schreef hij een antibioticakuur voor van 3 weken, het beleid bij de ziekte van Lyme. Hij vond het niet nodig om de neuroloog hierbij te consulteren maar vroeg wel deze hierover te berichten. Dit deden we door middel van een brief, persoonlijk afgegeven op de poli, omdat het bij navraag niet mogelijk was per email.

Tijdens het afsluitende gesprek was de neuroloog duidelijk ‘not amused’ dat de huisarts deze medicijnen had voorgeschreven. Omdat de neurologische klachten nog niet over waren vroegen we advies of de antibioticakuur nog wat langer aangehouden moest worden. “Dit bespreekt u maar met uw huisarts, hij heeft dit ten slotte voorgeschreven” was het antwoord. “Hoezo patiëntgerichte zorg en fijne samenwerking tussen eerste en tweede lijn?” verzuchtten wij op de gang. Wel werd een lumbaalpunctie afgesproken om te kunnen bepalen of de bacterie ook in het liquor zit. Wat zo’n onderzoek inhoudt, waar je rekening mee moet houden en wat de risico’s zijn werd niet verteld. “Hoezo patiëntgerichte zorg?” vroegen wij ons af nadat we op internet gezocht hadden naar een patiënten folder over lumbaalpuncties.

De punctie kon gelukkig binnen een paar dagen plaats vinden, het bespreken van de uitslag echter pas 14 dagen later, omdat de neuroloog afwezig was. “Hoezo, patiëntgerichte zorg?” verzuchtten wij bij het maken van de afspraak. In het liquor werden geen bacteriën of antistoffen aangetroffen. Omdat er geen aanwijzingen waren voor andere oorzaken van de klachten werd mijn man doorverwezen door naar het Lymecentrum in het AMC. Wij blij! Eindelijk zou er iets gebeuren.

Omdat we na acht dagen nog niets gehoord hadden en we niet echt meer vertrouwen hadden in de mate van patiëntgerichte zorg van dit ziekenhuis, informeerden we maar eens bij de poli neurologie hoe de procedure zou zijn. “Ja, ik kan zien dat de brief gedicteerd is, maar daar is nog niets mee gedaan” gaf de assistente aan. “We zullen er zo snel mogelijk werk van maken” werd ons verzekerd.

”Als u binnen twee weken nog niets van het AMC hebt vernomen, kunt u contact opnemen”. “Hoezo, patiëntgerichte zorg?” riep mijn man ondertussen behoorlijk wanhopig, want al die tijd ligt de behandeling verder stil.

Een paar dagen later bleek dat de brief pas na vier dagen naar het AMC verstuurd is. Op basis van de formulering maakten we op dat de verwijzing per brief is gegaan. Een week later toch maar contact opgenomen met het AMC om te vragen of het goed was aangekomen. “We hebben geen verwijzing ontvangen” was het antwoord. De assistente van de neuroloog heeft het vanochtend alsnog direct per fax verstuurd. “Hoezo…….?”.

De missie van het JvEI speelt deze periode voortdurend door mijn hoofd:Doel is het bereiken van een betere samenhang in de zorg, met het oog op het verkrijgen van betere uitkomsten voor burger, professional en samenleving”. Ik kan niet anders dan in dit licht ons verhaal te vertellen. “Betere uitkomsten voor burger, professional en samenleving”: mijn man kan al meer dan acht weken niet werken en de verwachting is dat dit nog een aantal maanden zo zal zijn. Daarbij duimen we maar dat het geen chronische aandoening wordt. “Hoezo, betere uitkomsten?

Zullen we ooit voor elkaar krijgen dat geïntegreerde zorg, waarbij patiëntgerichte zorg centraal staat, voor iedere professional de normaalste zaak van de wereld is? Ik wil me daar heel graag voor inzetten!

6 reacties op Hoe innovatief zou het Jan van Es Instituut moeten zijn?

  1. Geeta

    14 maart 2017

    Daar zet Lijn1 zich ook voor in! Daarom ook het thema “de patiënt centraal” op de eerste bijeenkomst van onze leergang.
    http://www.lijn1haaglanden.nl/nieuws/patienten-aan-het-woord/
    Samen innoveren!

  2. Henk Baars

    14 maart 2017

    Ik zie hetzelfde en eigenlijk nog wel erger in het functioneren van nogal wat Sociale Diensten. Er zit een forse traagheid op z’n minst in veel systemen. Ombudsmannen van grote gemeenten klagen daar ook over. Het is ook wel hoe mensen samenwerken. Daarnaast mis ik altijd het directe contact met de uivoerders van de systemen behalve de administratieve assistenten die de irritatie van de cliënten merendeels opvangen. Ik verwacht het eigenlijk ook niet, echte patientgerichte zorg, merk ik. Ik ben verbaasd als het wel gebeurd…

  3. J. Velema

    14 maart 2017

    Beste Inge,
    Jouw eerste voorbeeld is herkenbaar. Er worden daarom in Den Haag projecten opgezet (1e en 2e lijn) om te zorgen dat er “meekijkconsulten” komen met specialisten en huisartsen op basis van gedeelde gegevens en inzichten.

    Het schetst ook het probleem waar jullie tegen aan lopen. Alleen maar voorloper projecten doen, bindt slechts een klein % van “de zorg” aan het JVEI. Mij valt vaak op dat cursussen van het JVEI in meerderheid door managers en adviseurs bezocht worden. Veel zorgverleners menen geen tijd te hebben of geen tijd aan te hoeven besteden.

    Thema’s die onder andere veel meer nodig zijn op de werkvloer en in de spreekkamer:
    Triple Aim, hoe doe je dat,
    Patiëntgericht werken,
    Implementeren en borgen op de werkvloer,
    Leren samenwerken binnen en buiten het eigen domein,
    Leiding geven in teams van verschillende professionals,
    etc.

    Kom die praktijken in en help daar om te laten snappen wat er nodig is, om echte patiëntgerichte zorg te realiseren.

  4. Arjen Jansen

    17 maart 2017

    Natuurlijk! Je moet aan twee kanten werken. Aan de bestuurskant én aan de werkvloer kant. Ook daar werkt het JVEI aan door ook concrete ondersteuning te bieden aan samenwerkingsverbanden en praktijken.

  5. Jan Galesloot

    23 maart 2017

    dag Inge

    Ik zie hiervoor een principiele oplossingsrichting. De huisarts moet zich transformeren naar een hoger niveau van verantwoordelijkheid. Je zou kunnen stellen: ook als de patient verwezen is, blijft de huisarts verantwoordelijk voor het beloop. Bij jouw man heeft de huisarts terecht ingegrepen en het proces bespoedigd. Wat mij betreft had hij het nog meer nar zich toe kunnen trekken en alle tussentijdse uitslagen opvragen. In jouw eigen geval is het raar en onhandig dat de originele Holter pdf of print-out er niet was. de huisarts had meer kunnen ingaan op de noodzaak tot verwijzen. waarom was dat nodig? Dan weet jij ook waarom. nu is het voor jou vaag.
    Dus dit is waar ik naar toe wil: laat de huisarts een stapje hoger doen in zijn generalisme. Hij is op de hoogte vn alles wat er met zijn patiënt wordt afgesproken en heeft overal een mening over, die hij gevraagd en ongevraagd uit.
    het houdt veel in: een bereidheid en vaardigheid tot de gewenste helicopterview; de bereidheid om een zo nodig onafhankelijke koers te varen, de logistieke mogelijkheden om processen te volgen, last but not least een verdiepte visie op het vak.
    Ik kan je zo al vertellen dat die brede blik niet onderwezen wordt en niet onderkend wordt op de huisartsinstituten. We vinden hem ook niet bij de kader huisartsen.
    War ik JvE toe zou willen uitnodigen: start discussies en / of opleidingstrajecten om de huisarts toe te rusten met de vaardigheden die nodig zijn om het voetstuk en basis van de gezondheidszorg te zijn. De generalist waar mensen ten alle tijde op terug kunnen vallen.

  6. Aly Mijnheer

    29 maart 2017

    Dag Inge,
    ik onderschrijf bovenstaande reacties en tips, maar met name die van J. Velema.
    In de geboortezorg zijn grote processen gaande; integraal, innovatief, ontschotten, patiënt centraal, juridische entiteit, etc. Veel adviseurs, veel presentaties: Jan van Es, Task Force, KNOV, ROS, zorgverzekeraars, etc.
    Als besturen doen we ons best, werken en vergaderen tussen spreekuren en diensten door, proberen de achterbannen te verbinden, stellen veel werkgroepen samen, etc.
    Maar op de werkvloer zijn er nog volop schotten, in de spreekkamer vaak individuele invulling van wel of niet bestaande protocollen en onmacht om alles te volgen.
    Jan van Es ga naar de werkvloer, daar zijn jullie heel hard nodig!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Top
Het Jan van Es Instituut wordt financieel ondersteund door het Investeringsprogramma Flevoland Almere