Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte door middel van onze nieuwsbrief.

Blijf op de hoogte

Verschil tussen eerste- en tweedelijnsorganisaties verdwijnt! Wat gaat u doen?

Marc Bruijnzeels, directeur Jan van Es Instituut

Door: Marc Bruijnzeels, directeur Jan van Es Instituut

12 oktober 2015

5 reacties

Overdenkend wat de belangrijkste boodschap is van een driedaagse internationaal ziekenhuiscongres kom ik tot de conclusie: de verschillende organisaties verdwijnen en nieuwe geïntegreerde netwerkorganisaties onder één aansturing ontstaan. Overal ter wereld experimenteert men met nieuwe manieren van organiseren van het gehele zorgcontinuüm. Of het nu Portugal, de VS, Zuid Afrika, Brazilië, Japan, de Filipijnen of Kenia is, de zorg blijft, de organisatiestructuur verandert.

Met name in die landen met een beperkte eerstelijnsinfrastructuur zijn het de ziekenhuizen die primary care klinieken openen, public health departments en community based initiatieven nemen. Deze zorginstellingen voelen de verantwoordelijkheid om betere zorg tegen lagere kosten voor hun populaties te organiseren. Opvallend is dat de klassieke Europese landen (België, Noorwegen, Denemarken) achterblijven en, net zoals Nederland, oplossingen zoeken vanuit de huidige ordening: eerste- en tweede lijn apart. Met name op koepelniveau zijn de verschillen duidelijk aanwezig.

De gevolgen van de Affordable Care Act (Obamacare) zijn zichtbaar; zowel aan de kant van de vooruitstrevende organisatie als de meer traditioneel georganiseerde zorgorganisaties. Bij een bezoek aan een groot ziekenhuis in Chicago een paar indicaties: de naam was veranderd van hospital naar hospital & health care system, recent was een groot netwerk met de andere zorgaanbieders opgezet, heeft het ziekenhuis een eigen health plan (verzekering) ontwikkeld met een groeiend aantal leden. Echter het ziekenhuis zag ook de omzet dalen als gevolg van de toegenomen competitie. Mensen met een verzekering kunnen nu kiezen waar ze heen gaan (en dat doen ze ook), terwijl voorheen de mensen naar dit ziekenhuis kwamen omdat deze iedereen behandelde (verzekerd of niet). Dit ziekenhuis dat een “laatste redding” was/is voor vele inwoners met geen financiële middelen, heeft nu een imagoprobleem. De keuzevrijheid maakt dat dit ziekenhuis met het geschetste imago hard op weg is om ook concurrerend met de andere ziekenhuizen te worden, o.a. door het opzetten en uitnutten van een uitgebreid community en primary care netwerk om op deze wijze de patiënten aan hen te blijven binden.

Aan de andere kant van het spectrum bevindt zich een organisatie als Kaiser Permanente, welke reeds een volledig geïntegreerde organisatie is met verbluffende resultaten. De organisatie zet in op “Care Anywhere you are”. Door het gebruik van de mobiele technologie als overal toegang tot alle informatie vanuit een device van de patiënt en haar/zijn directe omgeving, elektronische en virtuele consultatie via deze devices, medische mogelijkheden van continue monitoring en het gebruik van de datainfrastructuur voor meer proactieve zorg maakt deze organisatie het mogelijk dat waar je ook bent, de zorg snel ter plaatse en up to date is. Het voorbeeld dat Bernard Tyson (CEO) toonde was een oudere dame met haar gezin in een pretpark, aldaar een flauwte oid kreeg. De dokter werd virtueel via de smartphone geconsulteerd; hij besloot mede op basis van haar totale medische dossier tot het inroepen van een ambulance die ter plekke direct wist wat te doen (was reeds gecommuniceerd), en zo ging het nog wel even door…. Is deze toekomstvisie ver weg? Ik denk dat deze sneller komt dan we als zorgsector bevroeden.

Kortom, voor de inrichting van de zorg is de locatie van het ziekenhuis niet meer leidend. Specialistische zorg dient op de juiste plaats op het juiste moment met de juiste deskundigheid in het totale care process van het individu worden ingezet. Diverse zorgaanbieders worden onderdeel van het geïntegreerde zorgnetwerk rond de patiënt en instituties redeneren niet meer vanuit de eigen positie, maar vanuit de positie in het netwerk. Hierbij werd door Maureen Bisagnano (CEO IHI) aangegeven: het gaat niet om het verschuiven van mensen naar een andere locatie, maar om het verplaatsen van kennis naar de plaats waar deze nodig is. Om dit te bereiken ademde dit congres van de International Hospital Federation een roep om leiderschap uit. Leiderschap wat niet meer gaat over het leiden van organisaties (zoals dat vele jaren is gepropageerd). Het gaat om leiderschap dat kan systeemdenken en handelen; de grotere netwerken kan coördineren, gidsen en stimuleren. Het gaat niet om het voorschrijven van het wat en hoe, het gaat om het verspreiden van de why en de professionals en anderen binnen en buiten de eigen organisatie en invloedssfeer in staat stellen om vanuit daar de hoe en wat vraag in te vullen en uit te werken. Andere competenties horen daarbij. Internationaal worden hier nieuwe netwerken voor leiders opgezet, juist vanuit deze gevoelde noodzaak.

En als ik dat toepas op de Nederlandse situatie, dan bemerk ik bij mezelf aarzeling. Zijn we in Nederland wel op goede weg door vanuit de huidige ordening door te denken? Moeten we niet naar nieuwere revolutionaire inrichtingen als een gecombineerde eerste en tweedelijnsorganisatie (één zorgorganisatie) met een apart contract met de verzekeraar (een eigen Health Plan)? Is het verschil in organisatiebelangen tussen verschillende zorgorganisaties, verzekeraars en burgers niet de achilleshiel van het Nederlandse zorgstelsel? Afstemmen en samenwerken is prachtig, maar heeft ook iets vrijblijvends. Bereiken wij ooit in ons gefragmenteerde systeem een oplossing zoals Kaiser Permanente die voorstelt? Gelukkig zien we ook witte raven! Gebieden waar leiders zijn opgestaan die het systeemdenken hebben omarmd en de belangen van de eigen organisatie trachten gelijk te schakelen met de belangen van de andere stakeholders in de regio, ook als dat betekent dat jezelf een uitkomst moet accepteren waarbij jij zelf de grootste verandering moet ondergaan.

Vanuit het Jan van Es instituut ondersteunen we naar volle tevredenheid gezien uw positieve evaluaties al enige jaren deze ontwikkeling met kennisproducten: onderzoek, congressen,  opleidingen en trainingen.  Zonder subsidie en op basis van uw contributies gaan we hier de komende tijd mee verder. Voorbeelden van deze aanpakken met als praktisch gevolg een meer geïntegreerd aanbod van eerste- en tweedelijnszorg tonen we op het komende congres op 6 november over substitutie en anderhalfdelijnszorg. Nog meer handvatten ontvangt u in de driedaagse training over anderhalfdelijnzorg die in december a.s. start en een meer onderbouwing van substitutie bieden we in de leergang substitutie. Heeft u ondersteuning nodig bij onderbouwing of het leveren van bewijs van uw aanpak, aarzel dan niet om contact op te nemen. Wij hebben inmiddels enige ervaring met verschillende mogelijkheden.

Kortom, de ordening gaat veranderen. Of het leidt tot een betere inrichting, dat weten we nog niet. Vooralsnog ontwikkelen we ons vanuit de individuele organisaties naar integrale zorgnetwerken, inclusief de betaler van zorg. Overal experimenteert men met leiderschap, businessmodellen en de informatievoorziening. Misschien geen nieuwe oogst van dit congres, maar wel een bevestiging van de ontwikkeling die meer en meer terrein wint. En wat dat voor u betekent, dat kunt u natuurlijk alleen zelf bepalen. En dat vraagt om uw eigen leiderschap!

5 reacties op Verschil tussen eerste- en tweedelijnsorganisaties verdwijnt! Wat gaat u doen?

  1. Frans Annot

    13 oktober 2015

    Mooie analyse van een aantal ontwikkelingen. Inderdaad: zonder het specifieke karakter van 1e-lijns, 2e-lijns of andere professionals ‘te verwateren’, is de toekomst aan de integrale zorgbedrijven. Dwars door de structuur heen van ziekenhuizen en zorgorganisaties die we zo gewend zijn.

    Ik denk dat onder meer de Geboortezorg daarin voorop loopt in Nederland. Qua geldstroom 54% ziekenhuis-, 46% eerstelijns zorg; qua tijd per client 75% 1e-lijn, 25% 2e-lijn. Wat we leren is dat het nog wel wat voeten in aarde heeft om die switch te maken: aan het koesteren van oude vijandsbeelden ligt angst ten grondslag voor verlies van interventie-kracht (2e lijn) of autonomie (1e lijn). Dit ombuigen in vergaande functionele samenwerking tot een gezamenlijk, veelkleurig en cliëntgericht aanbod van zorg kost tijd.

    En inderdaad: vanaf 2017 gebeurt in de geboortezorg wat je voorspelt: dan zijn het in toenemende mate de gezamenlijke zorg-organisaties die collectief voor en namens de gehele keten contracteren.
    Ik ben benieuwd wat we 6 november allemaal meekrijgen aan wijsheid en tips!

    Frans Annot
    Directeur St. STBN

  2. Anna Krüger

    13 oktober 2015

    Interessante denkrichting Marc. In de verloskunde lijken we stap voor stap die richting in te gaan. Op korte termijn zal er meer bestpractice zichtbaar zijn!

  3. pkamsteeg@atalmedial.nl

    16 oktober 2015

    Marc,

    Helder stuk met interessante ontwikkeling. Integratie van 1e en 2e lijn zie je ook in de diagnostiek ontstaan. Zeker voor de laboratoriumtak staan we aan de vooravond van een omwenteling zeker qua bedrijfsvoering. Echter ook zorginhoudelijk zie je steeds meer integratie. Het gaat er om als organisatie hoe je de kennis en kunde voor de verschillende velden optimaal kunt inzetten. Hoe het proces daarachter er uit ziet is dan veel minder relevant.

  4. Harry Stam

    20 oktober 2015

    Beste Marc,
    Een heldere analyse van ontwikkelingen die wereldwijd plaats vinden. Zoals je zelf aangeeft, in landen zonder eerstelijns structuur, vaak georganiseerd vanuit ziekenhuizen. Deze ketenzorg is noodzakelijk, ook in Nederland, uit oogpunt van betere zorg, betere inzet van technische mogelijkheden en daardoor eficientere zorg. Maar, in Nederland waar we wel een eerstelijnscultuur kennen moeten we ook goed nadenken hoe we de doelstelling van betere zorg willen realiseren, zonder het goede van de bestaande eerstelijnscultuur te laten verdwijnen. Integratie met tweede lijn, wellicht, maar dan wel vanuit een sterk georganiseerde eerstelijns zorgketen. We zijn bv. met de geboortezorg snel verticaal gestart, terwijl de horizontale integratie nog onvoldoende is ontwikkeld. Ook omdat ziekenhuizen nog onvoldoende de verandering van bastion naar netwerkorganisatie hebben ingezet, ontstaat hiermee het risico dat de eerste lijn de tweede lijn wordt ingezogen.
    Daarbij blijf ik het een gemiste kans vinden dat de integratie in Nederland vooral organisatorisch wordt aangevlogen, zonder dat hieronder een visie, zoals van Integrated Care van KP, onder ligt.

  5. Jan Erik de Wildt

    24 november 2015

    Beste Marc,

    hoewel de gedachten een weerslag vormen van de internationale observaties, is het een gerechtvaardigde vraag wat dit voor effect heeft op het Jan van Es dat zich positioneert als instituut voor de geïntegreerde eerstelijnszorg.

    Zolang de eerstelijnszorg an zich nog niet voldoende geïntegreerd is, blijft de Eerstelijns zich specifiek richten op dat doel.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Top
Het Jan van Es Instituut wordt financieel ondersteund door het Investeringsprogramma Flevoland Almere