Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte door middel van onze nieuwsbrief.

Blijf op de hoogte

Integrale- of geïntegreerde geboortezorg?

Door: Inge Boesveld, Onderzoeker en Manager Interne Organisatie

11 maart 2013

3 reacties

Sinds 1 januari van dit jaar ben ik echt aan de slag als onderzoeker bij het Geboortecentrum Onderzoek. Een nieuwe fase als “PhD student”. Het onderzoek wordt uitgevoerd door 3 promovenda  (Marieke Hermus en Marit Hitzert zijn de andere onderzoekers) en staat onder leiding van een projectgroep vanuit TNO, NIVEL, JVEI, ErasmusMc, UMCUtrecht, LUMC en Universiteit van Tilburg.

De afgelopen weken heb ik me bezig gehouden met de vraag hoe je de kwaliteit van geboortecentra zou kunnen meten. Een lastige vraag blijkt, want wat bepaalt eigenlijk de  kwaliteit in geboortecentra?  Wat maakt het verschil? Gaat het dan om het opleiden van personeel, het maken van goede en bindende werkafspraken met ketenpartners, een goed onderlinge vertrouwen tussen samenwerkingspartners of speelt de afstand tussen geboortecentrum en verloskamer van het ziekenhuis  de belangrijkste rol?

Een ander aspect waar ik me momenteel bezig mee houd is te onderzoeken hoe je de mate van integratie in geboortecentra zou kunnen bepalen. In het onderzoek zullen we namelijk geboortecentra indelen op basis van de “mate van integratie” om vervolgens te kunnen beoordelen of er een verschil is tussen de verschillende typen geboortecentra in doelmatigheid en effectiviteit. De vraag is dan of het verschil uitmaakt in hoeverre een geboortecentrum een volledig losstaande plek is, waar vrouwen bevallen en direct weer naar huis gaan, of dat het centrum volledig geïntegreerd is binnen een ziekenhuissetting. Is er verschil in kosten? Is er een verschil in doelmatigheid? Is dit zonder dat er verschil in kwaliteit is?

In deze zoektocht naar welke elementen hierbij van invloed zijn, stuit ik op een verschil in terminologie. De termen integrale – en geïntegreerde geboortezorg worden volgens mij door elkaar heen gebruikt. Zijn ze ook hetzelfde? Bedoelen ze ook hetzelfde? En heeft het begrip “integrale geboortezorg” wel één betekenis?

Integrale geboortezorg wordt in mijn optiek voor verschillende benaderingen gebruikt: in de vorm van “continuïteit van zorg” (zoveel mogelijk geleverd door één zorgverlener) en vanuit een meer “mensgerichte benadering” . Bij de eerste betekenis gaat het over het aanbieden van een “totaalpakket” van zorg door een zorgverlener. Deze term wordt bijvoorbeeld gebruikt bij het INCAS onderzoek. De eerste resultaten werden op 1 maart gepresenteerd tijdens een invitational conference. Bij dit onderzoek werd integrale zorg vertaald met ”continuïteit van zorg”: één zorgverlener die zoveel mogelijk zorg levert aan de zwangere. Het gaat dan bijvoorbeeld om de vraag of de verloskundige ook een baring waarbij bijstimulatie nodig is of meconiumhoudend vruchtwater geconstateerd is begeleidt. Bij de uitvoering van deze benadering van integrale geboortezorg gaat het dan volgens mij om een vorm van substitutie: taakverschuiving van tweede- naar eerste lijn. Ik kan me voorstellen dat dit principe gehanteerd zal worden als er een “Integraal Geboortetarief” ingevoerd gaat worden: een regio krijgt voor de totaal geleverde zorg een zak met geld en daar moeten ze het dan mee doen. Het lijkt dan logisch om de zorg zó in te richten, dat tegen dezelfde kwaliteit, de zorg tegen lagere kosten geleverd kan worden. Substitutie en taakherschikking zouden dan weleens als middel ingezet kunnen worden om zo min mogelijk kosten te maken!

Voor het bieden van integrale zorg zoals hier bedoeld is, is het niet nodig om geïntegreerd te werken: je kunt integrale zorg wellicht prima in je eentje (of per praktijk) leveren. Samenwerken is dan eigenlijk helemaal niet nodig zou je zeggen. Of toch? Is het juist dán van belang om goede afspraken te maken met specialistische zorgverleners om de kwaliteit van zorg te bewaken?

Een ander betekenis van integrale zorg sluit meer aan bij een mensgerichte benadering: wat heeft deze zwangere nodig in haar situatie en wie kan deze zorg het beste bieden?  De zwangere is niet alleen “zwanger”: zij heeft met veel meer te maken dan alleen haar zwangerschap.  Het gaat hier bijvoorbeeld om te zorgen voor een goede aansluiting van geboortezorg naar de jeugdgezondheidszorg. Een symposium dat op 27 maart gehouden wordt als afsluiting van het ZonMw project “De zwangere centraal, naar multidisciplinaire samenwerking rondom geboortezorg in de Regio Rivierenland”  sluit aan bij deze benadering. In de titel van het programma staat ”naar gezinsgerichte geboortezorg”. Hierbij gaat het dus niet zozeer over wie levert welke zorg, maar hoe kan de zorg meer ”mensgericht” aangeboden worden. Integrale bekostiging bij deze betekenis van ”integraal” behelst dan veel meer dan alleen de disciplines die daadwerkelijke geboortezorg leveren. Hier komen namelijk ook andere financieringsstromen om de hoek kijken dan alleen de zorgverzekeringswet, doordat ook gemeentelijke instanties de zorg leveren.

Waar gaat geïntegreerde geboortezorg dan over? De definitie “een vloeiend proces van zorg, geleverd door verschillende disciplines, ervaren door de cliënt” zoals door het JVEI in 2010 geformuleerd, geeft aan dat het meer om het proces van zorgverlening gaat. Het maakt dan eigenlijk niet uit wie welke zorg levert, als het maar een voor de cliënt vloeiend ervaren proces is. Wat er achter de schermen gebeurt interesseert een zwangere eigenlijk maar weinig. Wie welke zorg verleent en waarom, waarschijnlijk ook niet. Het lijkt logisch dat dit de zorgverlener is die het meest bekwaam én goedkoop is (zodat haar zorgverzekeringspremie omlaag kan…) en goede zorg verleent. Als er geïntegreerd gewerkt wordt, kan integrale geboortezorg door verschillende disciplines aangeboden worden, terwijl er toch continuïteit van zorg ervaren wordt: als het achter de schermen goed geregeld is, merkt de cliënt daar weinig van. Dit vraagt echter wel om goede samenwerking.

Welke benadering nu de juiste is? Ik weet het niet, maar ben wel heel benieuwd! Van  belang in de verschillende benaderingen is het volgens mij om de juiste zorg, op de juiste plaats, op het juiste moment tegen de laagst mogelijke kosten te kunnen leveren. De Triple-aim gedachte zou dan leidend moeten zijn: bij herinrichting van geboortezorg moet gekeken worden naar verbetering van gezondheid, tegen dezelfde of betere kwaliteit van zorg, tegen minder kosten.

Ik zie er naar uit om dit soort aspecten in het najaar weer te bediscussiëren met deelnemers van de Verdiepingsleergang Geïntegreerde Geboortezorg die we in het najaar weer willen organiseren. We zijn dan inmiddels weer een stapje verder in het verzamelen van kennis over integrale en geïntegreerde geboortezorg en willen u daar graag van op de hoogte brengen! Wordt vervolgd…

3 reacties op Integrale- of geïntegreerde geboortezorg?

  1. Marga Kortekaas

    11 maart 2013

    Gefeliciteerd met je promotieplaats. Interssante onderwerpen. Mochten er vanuit het Haagse opvallende ontwikkelingen zijn in het kader van je onderzoek, dan zal ik dit zeker melden.

  2. Lies van der Wal

    20 maart 2013

    ik kan me grotendeels vinden in de formuleringen tot nu toe, maar zou er nog wel wat aan willen toegoegen. Integrale zorg gaat m.i. uit van de focus op de situatie van de patient/client/zwangere: alle aspecten die van invloed zijn op de klacht of zorgvraag worden in de zorgverlening meegenomen: dus niet alleen de medische vraag, maar ook psycho-sociale problematiek, evenutele verslaving, leefstijl of recente levenstrauma’s. De zorgvraag in de context van de situatie van de zwangere staat centraal.. Dit betekent dat een of meerdere zorgverleners betrokken kunnen zijn vanuit elk vanuit hun eigen deskundigeheid / discipline of vanuit een geintegreerd zorgaanbod. Geintegreerde zorg is een begrip dat de focus richt op het zorgaanbod: ook hier is de zorgvraag leidend, maar de zorg wordt aangboden vanuit het kader van een geintegreerd(e) samenwerking(sverband): er is onderling afgestemd welke zorgverlener op welke indicatie en voor welk deel van de zorgvraag de zorg daadwerkelijk verleent. Dit veronderstelt dat er een met elkaar geformuleerd zorgaanbod is, op basis van de indentificatie van doelgroepen, zorgvraag, (deel)problematiek etc. En die slag wordt momenteel in veel VSV’s gemaakt op basis van de uitgangspunten van het stuurgroeprapport ‘Een goed begin’.

  3. carin dansen

    23 mei 2014

    Hoi Inge Boesveld,
    zeer interessante vraagstelling ,als voorzitter van V&VN VOG stel ik me deze vragen ook geregeld. Ik zou het heel interessant vinden als jullie hierover wat in ons Magazine zouden willen schrijven .Ik denk dat onder de verpleegkundige in het land hier ook veel vragen over zijn. Geweldig onderwerp ,ben benieuwd naar jullie onderzoek .Succes

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Top
Het Jan van Es Instituut wordt financieel ondersteund door het Investeringsprogramma Flevoland Almere